reis

reis
op weg

woensdag 18 maart 2015

Afscheid

Op woensdag 11 maart namen we afscheid van onze vriendin.

Ze lag opgebaard in de kist. Haar huid leek van goudgele was. Ze was het en ook weer niet. Haar gezicht zo smal en haar sterke handen zo krachteloos. Dit doet dood met je. 
Ze wilde losse bloemen dus knipte ik de bloemen van de tulpen los en legde ze in de kist met in gedachten voor elke tulp iets wat we samen hadden gedaan of beleefd. Mijn definitieve afscheid van haar op deze zonnige dag in Harfsen. 
We wandelden buiten over de grasveldjes en de tuin. In een hoek stond de Waterjuffer, haar boot, op een trailer. Die boot, zo alleen daar, zonder mast of zeil, liet precies zien wat het is: nooit meer. Ik wist het wel maar nu werd het zichtbaar. 

dinsdag 8 oktober 2013

Wind en zon en toch niet varen



Het begon zo mooi, de eerste ochtend dat we wakker werden op de boot in Kiel: een wolkenrij aan de horizon en verder blauwe lucht. Dat beloofde veel goeds voor de komende dagen waarin we de boot van Kiel naar de winterberging op Fehmarn zouden varen, zo’n 45 mijl verder wat ongeveer 7 tot 8 uur varen betekent.
Leek geen probleem, hoewel… we vonden het wel redelijk koud: zo’n 12 tot 14 graden. Hmmm, dat was minder.
Maar kom op, eerst een dagje boodschappen doen en wat rommelen op de boot en dan zondags wegwezen.
Die ochtend stond de zon al weer te stralen en er stond een rustig oostenwindje. Rustig was prima maar oostenwind… dat was minder, want Fehmarn ligt precies in het oosten. Geen probleem, we varen naar Bagenkop in Denemarken en via een omweg komen we dan in drie dagen ook op Fehmarn terecht – tenslotte hadden we een hele week!

Nu ligt onze thuishaven redelijk beschut en volgens ons zou het niet echt hard gaan waaien. Niet helemaal goed gedacht, want naarmate we verder de Kieler Fjord uit kwamen, des te harder ging het waaien, helemaal oost. En koud, na een uur waren we al helemaal vernikkeld met die koude wind bijna recht op kop!!! En daardoor ook niet echt lekker voor Bagenkop. Nou, dan maar eerst naar Schilksee; dat zou de volgende dag weer een stuk schelen in de afstand.

In Schilksee aangelegd – wat nog behoorlijk lastig was met die harde wind vanaf de zijkant – en toen maar eens goed naar de berichten op internet gekeken. Dat stemde ons niet echt vrolijk: volgens de Windfinder – en later bevestigd door havenmeester en andere weerbronnen – zou het de hele week hard uit het oosten blazen bij middagtemperaturen rond de 14 graden. Dat zou betekenen recht tegen de wind in motoren, zo’n zeven uur lang. Hadden we daar zin in? Nee dus. Maar wat dan? 






Want bijkomend probleem was dat de auto van Marleen wel al op Fehmarn stond, zodat we alle spullen uit de boot konden laden en voor de winter mee naar huis nemen.
Eh, drie mogelijkheden: toch gaan varen, naar huis gaan en later de boot overvaren en dus de auto ook laten staan waar hij stond, naar Fehmarn gaan en de auto ophalen.
Het werd een combinatie: we gingen met de trein naar Fehmarn, haalden daar de auto op, reden terug naar Schilksee, laadden de boot uit, reden naar huis en over twee weken gaat Bob terug om de boot alsnog naar Fehmarn te varen.
En wat nu het rare was van deze week? Dat elke dag de zon uitbundig scheen, er een strakblauwe lucht te zien was en dat je niet buiten kon zitten vanwege de koude wind. Dit hadden we nog nooit meegemaakt.
Werd het daarom een niet zo’n leuke week? Nee! Het was heerlijk om samen op de boot te zijn en de dingen te doen die we wilden doen.



dinsdag 25 december 2012

Kerstgedachte 2012


Kerstgedachte 2012


25 december 2012, kerstmis, een dag waarop iedereen op zijn minst anderen het beste wenst. Althans bijna iedereen. Ik las op internet dat de paus vindt dat we teveel met onszelf bezig zijn en daardoor niet met God.

Een citaat:
'We zijn zo 'vol' van onszelf dat er geen ruimte over is voor God. En dat betekent dat ook voor anderen geen ruimte is; voor kinderen, voor de armen, voor de vreemdeling'.

Dit citaat ergert me en waarom vraag ik me dan af. Waarschijnlijk omdat hij ‘zijn’ God vereenzelvigt met ‘zijn’ religie en daar conclusies aan verbindt die meteen oordelend en veroordelend zijn. Want als ik ‘zijn’ God niet wil aanbidden op de manier die hij wil, houdt dat dan automatisch in dat er geen plaats is voor kinderen, armen, vreemdelingen? Of is het misschien andersom? Is er in 'zijn' wereld geen plaats voor kinderen – 'geen voorbehoedsmiddelen, is verboden' – voor armen – ‘bid maar, dan komt het wel goed’ – voor de vreemdeling, de ander?
Ik ben niet zoveel beter dan vele anderen maar als ik kijk naar mijn vriendenkring, mijn kinderen, de collega’s met wie ik werk, dan zie ik hen en mezelf allerlei inspanningen op verschillende vlakken doen om de werteld wat beter, wat mooier, wat leefbaarder voor iedereen te maken. Als ik dat op me in laat werken, dan maakt me dat vrolijk, hoopvol en ontroert me dat van tijd tot tijd. Dan ben ik blij dat ik deel uitmaak van die kringen, van die groepen mensen, van familie, vrienden.

Dus met of zonder God, er zijn zoveel mensen die werken aan een beter wereld, voor wie er zoveel ruimte in huis, hoofd en hart is voor anderen. Voor wie god is wat in jezelf zit en met liefde te maken heeft.


woensdag 7 november 2012

De zee is moe

Wandelen op Vlieland door bos en duin, over het eenzame strand maakt mijn hoofd leeg waardoor er ruimte ontstaat voor beelden en woorden. Deze ontstond vandaag tijdens onze wandeling langs de gedichten van Slauerhoff die hier verspreid over het eiland liggen.



De zee is moe


De zee is moe
schreef Slauerhoff*
maar vandaag
onder dit dak van grijs
is zij wakker
bruist en golft
is zee in zee
van schuim
verheft haar stem
lacht luidkeels voor
wie horen wil


© Will van Sebille

*De niet-letterlijke verwijzing naar Slauerhoff staat in dit fragment van een gedicht op een van de glasplaten op Vlieland met gedichten van hem.



maandag 5 november 2012

Mijn gedicht voor de Witte dichters – oktober 2012


Op 31 oktober vond ‘Herdenking verlicht’ plaats, na twee jaar afwezigheid vanwege de verbouwing op de Nieuwe Ooster, de begraafplaats waar dit allemaal gebeurt. Ik mocht weer als Witte Dichter een gedicht voorlezen, wat ik altijd als een eer beschouw.
Het gedicht dat ik voor deze herdenking schreef, ontstond tijdens onze zeilvakantie afgelopen zomer. De beginregels en de eindstrofe ontstonden meteen en zwierven in mijn hoofd totdat ik echt ‘moest’ – de deadline naderde – waarbij de andere regels van de eerste strofe zich vrij plotseling aandienden. Wat een mooi proces, telkens weer; het blijft me verassen en verwonderen. Het middendeel was een als losse strofe ergens tijdens een zeildag ontstaan en dankzij de feedback van Mariet Lems, een van de andere Witte dichters, kwamen ze hier bij elkaar.

Hieronder het resultaat.

Ik kijk naar je en
zie je als de oude man
die je worden gaat
knieën knikken
voeten zoeken
ogen waren rond
vinden me
omarmen me
in een eeuwig nu

We plukken de wolken
en maken er water van
we slijpen de messen
en klieven de golven
strelen hun ruggen
tot glad
we naderen het einde
van de tocht
je ogen vinden houvast
en meren af

Ik kijk naar je
en zie mezelf
alleen
ooit


Will van Sebille