reis

reis
op weg

dinsdag 29 oktober 2019

Leven met afstand

In augustus had ik een gesprek met minister Sander Dekker van Rechtszekerheid als voorbereiding voor de startconferentie i.v.m. Onderzoek naar de omstandigheden waaronder afstand en adoptie plaatsvinden tussen 1956 en 1984.
Men had mij gevraagd een tekst ter introductie te schrijven. Onderstaande tekst stuurde ik toen.


Leven met afstand
Wat de impact is van leven met een geheim op je leven.

Toen ik als zeventienjarige in 1967 beviel van en naar huis gestuurd werd zonder mijn kind, kreeg ik de opdracht te zwijgen over mijn zwangerschap en überhaupt over dat kind. Velen met mij kregen die opdracht met argumenten – goedbedoeld of venijnig – variërend van ‘als mensen dit horen, vinden ze je een slechte vrouw’, ‘zeg maar niets, anders vind je nooit meer een man’ tot ‘zeg maar niets maar ga verder met je leven, je bent nog jong, je krijgt nog wel andere kinderen’.
Ik weet niet of men ooit nagedacht had over wat deze opdracht betekende voor ons, afstandsmoeders, of wat de impact op ons leven was, buiten de impliciete boodschap vaak dat jij toch de slechte moeder was, want ‘wie geeft nou haar kind weg?’, ook al wilde je het houden, had je zelf daar geen stem in; niet volwassen, geen recht van spreken of handelen.

Zo’n gebeurtenis, je kind geheim houden heeft op twee niveaus veel invloed op je leven.

Het eerste niveau gaat over wat je moet vertellen over de periode dat je weg was, want meestal was het zwangere meisje weg, voor een tijd verdwenen. Laat ik het bij mezelf houden: de ene dag zat ik in de examenklas van de MMS, de andere dag was ik onderweg naar familie in Zwitserland, opdat niemand zou zien dat ik zwanger was. Een deel van mijn zwangerschap was ik daar en een deel ervan was ik in Leiden waar ik ook bevallen ben.
Toen ik weer thuis kwam, tien dagen na de bevalling, kwam ik voor de buitenwereld zogenaamd uit Zwitserland. Er moest dus een aanvaardbaar verhaal komen over waarom ik ruim zes maanden weg was geweest. Ik moest vertellen dat ik eerst een paar maanden op adem moest komen, overspannen vanwege het feit dat ik het schooljaar ervoor gezakt was voor het examen en dat ik daarna een paar maanden heb gewerkt. Maar waar had ik dan gewerkt, was natuurlijk een logische vraag voor de thuisblijvers. Uh, op een kantoor. Maar wat deed je dan op dat kantoor? Uh, typen en zo? Ik verzon maar wat, want ik had nog nooit een kantoor van binnen gezien, hooguit de administratie van mijn school, dus wat deed men daar eigenlijk buiten typen en de telefoon aannemen? 
Ik vermeed steeds meer oude contacten of om nieuwe contacten te maken om dit soort vragen te voorkomen. 
Want wat je ook gaat doen na je bevalling, of je nu gaat werken, lanterfanten of studeren (wat ik het liefst wilde, weer naar school maar wat niet meer mocht - straf?), je ontmoet mensen en dan komen er ooit vragen over ‘welke school deed je?’, ‘waarom probeerde je niet opnieuw je examen te halen?’, ‘wat deed je in Zwitserland?’ die om een antwoord vroegen.
En wat daarbij komt, is dat je moet onthouden wat je verteld hebt, het moet kloppen met wat je de keer ervoor hebt verteld, het moet elkaar niet tegenspreken. Je maakt dus van je leven tijdens de zwangerschap een verhaal; jij zelf wordt een verhaal dat niets meer te maken heeft met je eigen leven. Alle pijn, verdriet en leegte binnen in je door het gemis van het meest dierbare, moet je uitbannen, want je was toch een vrolijke tiener die alleen maar even de weg kwijt was na het zakken en die genoot van die kans op zo maar een ander leven in Zwitserland. Wie krijgt nu de kans om dat mee te maken? Niemand toch?!

Het tweede niveau gaat over het verhaal binnen in je, de periode van zwangerschap, verbanning, bevalling, de leegte, pijn en verdriet daarna, zo zonder je kind terugkomen en dat intense verlangen ernaar. Niets kun je daarmee. Alle gevoelens ban je uit, want zoals George Orwell schreef in zijn boek 1984, kun je een geheim alleen maar echt bewaren, als het niet meer bestaat, als je je het niet meer herinnert, dus doe je alles om het je niet te herinneren en wat er overblijft zijn fragmenten die stollen tot een vaste stof, een bal die pijn veroorzaakt in je hart, je rug. 
Verdriet om iemand die je kwijt raakt kan gedempt worden, kan tot een hanteerbaar verdriet gemaakt worden door erover te vertellen, door van anderen te horen hoe zij het ervaren, door de vragen die zij stellen, maar dit alles gebeurt niet met je geheim. Het is er dus, gestold en al, met alle herinneringen erbij die verdwenen zijn, zoals ‘wanneer ging ik eigenlijk van Zwitserland naar Leiden?’, ‘wie gaf me zwangerschapskleding?’, ‘wie zorgde ervoor dat ik geen last had van melk in mijn borsten? Bonden ze die af, kreeg ik medicijnen?’, enzovoort. 

Beide niveaus zitten in je lijf, je hart, je hoofd, ze werken op elkaar in, het ‘leuke’ verhaal wordt bijna de herinnering, het ‘echte’ verhaal lijkt een verzinsel. Kortom, je wordt een gespleten persoon, die beide in stand probeert te houden.
Maar het echte verhaal verdwijnt niet, het wordt een zwerende bal die langzaamaan naar de oppervlakte breekt, iets wat je tegelijkertijd ook niet wilt, omdat je ervan overtuigd bent, dat iedereen je verlaat als ze het echte verhaal gaan horen, want tenslotte is de boodschap dat je een slechte moeder, een slechte vrouw bent, goed bewaard gebleven in die gestolde bal, daarvan ben je overtuigd.

En wat is nu de impact van dit alles op mijn leven? Veel en levenslang, ook al kan ik het hanteren, door van tijd tot tijd therapie te hebben, door de lieve mensen om me heen, door het contact met mijn zoon. Ik kan zeggen dat ik de scherpste kanten eraf heb kunnen halen maar ‘genezen’? Dat niet, die illusie ben ik al lang kwijt; ik heb levenslang gekregen.


Will van Sebille


zaterdag 5 december 2015

(H)erkenning

Begin november zat ik bij Tijd voor Max om daar te vertellen over wat afstand moeten doen van je kind met je doet. Tegenover me zat Claudia de Breij, hoofdgaste van die dag. Ze luisterde intens en was bij tijd en wijle ontroerd, zoals ik later zag bij het terugkijken.
Na afloop kwam ze naar me toe en vertelde over de monoloog die Debby Petter in deze tijd in de theaters speelt : Bed & Breakfast. ‘Die gaat over deze ervaring, over afstand doen’, vertelt ze me en dat ik zeker moet gaan kijken. Zo mooi is deze monoloog volgens haar.
Gisteren, 4 december, speelde Debby Petter in Voorburg en samen met Bob en onze vriendin Yvonne ging ik kijken. Het stuk gaat over Liesbeth, die na de dood van haar man een bed & breakfast is begonnen en daar ‘vrolijk’ over vertelt. Maar al vertellend komt ze op het grote verdriet in haar leven, het kind dat ze heeft moeten afstaan, gedwongen door haar ouders en ondersteund door de hulpverlening.

Claudia had gelijk; het is een prachtig, sterk, ontroerend en confronterend stuk. En het klopt, in die zin, dat de stemmingswisselingen, die Debby als Liesbeth laat zien, zo volkomen herkenbaar zijn, maar ook hoe je als jong meisje in de fuik loopt van ouders en hulpverlening om maar toe te stemmen, omdat dit zo goed is voor je kind waarbij de ouders vooral op die manier de schande proberen te vermijden. Het achteraf horen dat je kind lang, te lang, in een kindertehuis is gebleven, het gesol daaraan met kind en jij als moeder; zo herkenbaar dat ik er boos bij werd, op de wereld die dit toestond en vergoelijkte.
Op een bepaald moment vertelde ‘Liesbeth’ over de bevalling. Ik luisterde nog intenser dan naar het andere, omdat ik me zelf niets herinner van de bevalling. Ik hoopte dat er beelden van mezelf boven kwamen maar het bleef een donker gat. Natuurlijk herkende ik het verloop van het verhaal wel, omdat ik daarna nog twee kinderen kreeg maar van die eerste keer? Niets, helemaal niets. Alleen donkerte, een gehuil wat me woest blij maakte en daarna niets, leegte, stilte.

Het verhaal ging verder en bleef zo herkenbaar, dat ik alleen maar innerlijk alles kon beamen wat ik hoorde en zag. En daar ben ik blij om, want zo vaak wordt dit onderwerp niet uitgewerkt en dan vaak nog zo niet kloppend met wat afstandsmoeders meemaakten en voelden, dat het eerder averechts werkt dan iets bijdraagt aan de herkenbaarheid van het proces en trauma.
Ik vond de hoofdpersoon af en toe te vrolijk – ze noemt zichzelf een ‘vrolijke’ vrouw – maar volgens Bob en Yvonne klopt dit wel; ook ik kan heel vrolijk zijn met verdriet eronder. Grappig dus om zo de spiegel voorgehouden te krijgen.
Een mooie zin vond ik ‘je speelt het leven’. Ik herken dat en realiseer me dat ik dat niet meer hoef te doen, ik ben mijn leven.

Conclusie? Voor mij was het confronterend maar het gaf ook erkenning; voor anderen kan het verduidelijken. Dus, als je de kans krijgt, ga er heen. Of nog beter: pak die kans. Debby Petter reist nog tot april door het land met deze voorstelling: http://hekwerk.nl/artiesten/debby-petter.

Will van Sebille

vrijdag 3 juli 2015

De boot verkopen

We hebben een bijzondere periode achter de rug. Ons huis helemaal overhoop gehaald om er als nieuw uit te komen en onze boot verkocht. Wat boot verkocht??!! Ja, boot verkocht.

Wat ons ertoe bracht de boot te verkopen is een wat langer verhaal, de uitkomst van een proces dat, terugredenerend, al twee jaar geleden is begonnen.
Zoals Bob het verwoordt ervaart hij een steeds grotere mismatch tussen de sportiviteit van de boot en zijn eigen sportiviteit. Toen we deze boot twintig jaar geleden kochten, vonden we het juist leuk dat het een sportief schip was dat snel ging, ook snel schuin hing, en waarop je moest werken om in harde wind de boot te bevaren.
Ik had dan vaak al het gevoel dat de boot met mij voer in plaats van ik met de boot maar Bob vond het heerlijk. En de laatste jaren dus steeds minder.
Zijn passie is niet over maar de manier waarop hij die nu zou willen beleven is niet te doen met deze boot. Het ideaal nu zou zijn een wat 'bezadigder' boot in plaats van een renpaard. Een andere kopen die aan die veranderde eisen en wensen voldoet zit er financieel niet in, waardoor we lang over dit besluit hebben gedaan. Het vreselijk koude weer met veel wind gedurende de drie weken dat we op Fehmarn waren heeft daarbij ook nog eens katalyserend gewerkt.

Was een spannend en goed proces. De boot is op Fehmarn gebleven en gaat naar de man die onze boot onderhield en er net zo verliefd op is als wij toen en er mee wil gaan varen. Ze is dus in goede handen en dat voelt goed. 
Heel verhaal geworden zie ik 😒😓. Maar het is een goede uitkomst van dat proces, ook al zullen we er nog best regelmatig verdrietig over zijn; is toch afscheid nemen en loslaten maar ja, dat is wat toch steeds blijft.



dinsdag 5 mei 2015

Dodenherdenking 2015

We hebben al op verschillende plekken 4 mei herdacht door twee minuten stil te zijn. In Hoorn een keer in een vol restaurant met vriendin Adelheid waarbij drie mensen aan een tafel opkeken toen iedereen de aangekondigde twee minuten begon met stil zijn en deze drie mensen gewoon doorpraatten, alsof dit niet over hen ging of voor hen gold. Of parkerend op een achteraf parkeerplaats omdat iedereen door reed en wij echt stil wilden staan en zijn. Of in de trein waarbij we in de andere coupé een stel meiden hoorden gillen en joelen tijdens die twee minuten, terwijl het NS-personeel een oproep hadden gedaan om mee te doen met die herdenking.
En nu, dit jaar, waren we in Duitsland, op Fehmarn, in de hotel. Muziek om ons heen, mensen die uiteraard niets hadden met dit moment - Duitsland herdenkt de oorlog op 8 mei - het eten voor ons op tafel, en dan is het 20.00 uur. En wat doe je dan? Ja, stil zijn, proberen alle geluiden uit te bannen en letterlijk stil te staan en te zijn bij alle gruwelijkheden die die oorlog heeft voortgebracht. Het was een bijzondere ervaring.

zondag 26 april 2015

Even geen erotiek

Vandaag, 26 april, is de presentatie van Erotica! een verzamelbundel met erotische poëzie, een initiatief van Kees Godefrooij​. Er staan drie gedichten van mij in en ik zou er dus een voorlezen in Amsterdam bij Eijlders. Maar in deze week moet de erotiek even wijken voor de harde werkelijkheid van inpakken, regelen en ordenen.





















Dit is het gedicht dat ik wilde voorlezen.

De wind blaast
zakken met inkt
door het raam
voor zwarte dromen
van lekkende boten
vrouwen die zinken
vrouwen die doden
vrouwen die krijsen
vrouwen die nemen

De wind blaast
veren en wolken
door het raam
voor de luchtige liefdes
van drijvende boten
vrouwen die minnen
vrouwen die varen
vrouwen die staren
vrouwen die geven



© Will van Sebille



zondag 19 april 2015

De dode dichter

De dode dichter


Op het scherm zien wij hem
door lagen van de tijd
zijn stem klinkt
uit de dichtershemel
ineens
zo nabij
straks versteend
tot muurgedicht



Will van Sebille


woensdag 18 maart 2015

Afscheid

Op woensdag 11 maart namen we afscheid van onze vriendin.

Ze lag opgebaard in de kist. Haar huid leek van goudgele was. Ze was het en ook weer niet. Haar gezicht zo smal en haar sterke handen zo krachteloos. Dit doet dood met je. 
Ze wilde losse bloemen dus knipte ik de bloemen van de tulpen los en legde ze in de kist met in gedachten voor elke tulp iets wat we samen hadden gedaan of beleefd. Mijn definitieve afscheid van haar op deze zonnige dag in Harfsen. 
We wandelden buiten over de grasveldjes en de tuin. In een hoek stond de Waterjuffer, haar boot, op een trailer. Die boot, zo alleen daar, zonder mast of zeil, liet precies zien wat het is: nooit meer. Ik wist het wel maar nu werd het zichtbaar.